Triest maar waar: een minister voor eenzaamheid

Triest maar waar: een minister voor eenzaamheid

Onlangs deelde een vriendin, die ook al jaren chronisch ziek is, een artikel op Facebook over het aanstellen van een minister voor eenzaamheid in het Verenigd Koninkrijk. Ze schreef er een tekst bij die mij erg raakte, en ik wilde hem graag met jullie delen. Vandaag laat ik dus Katrien aan het woord, over onder andere chronisch ziek en eenzaam zijn, en alleen staan aan de rand van de maatschappij.

Een minister voor eenzaamheid

Gastblog door Katrien 

Een minister voor eenzaamheid. En het is geen grap. Zover is het gekomen in ons samenlevingsmodel. Schrijnend.
Eenzaamheid heeft dezelfde schadelijke gevolgen voor de gezondheid als het roken van 15 sigaretten per dag, hoorde ik.
En dit gaat niet over de gekozen eenzaamheid van een retraite, eens ‘alleen op vakantie’, of de spreekwoordelijke trip naar Compostela.
Het gaat over structurele fysieke en emotionele eenzaamheid, die langzaam je wezen binnensluipt, omdat je uit de maatschappij gevallen bent.

Ziekte, ouderdom, handicaps, anders zijn, niet meekunnen.
Eenzaamheid die hard en rauw is, diepe gaten in je hoofd en hart boort. Omdat je er niet meer bij hoort, niet meer spannend of interessant lijkt, fysiek nog heel weinig kan.
En je hebt er haast geen zeggenschap in.

Die allesverterende eenzaamheid. Ondraaglijk soms.
Je probeert ze te dragen, omdat je het niet kan toegeven, het past niet bij je zelfbeeld, want je was toch actief, sociaal en succesvol. Dat kan toch niet? Je hebt je trots. Je bijt door, je verbijt. Je schaamt je, want het is een torenhoog taboe. Het is voor ‘losers’ (nee zeg komaan, ja toch wel, en iedereen denkt het)

Als je er voorzichtig over begint, vallen er grote ongemakkelijke stiltes. Je voelt je stom, omdat je erover begon. En toch, je moet er iets van zeggen.
Tot je op een dag echt niet meer kan. En dan bedenk je met een therapeut dat je je leven zo inricht, met thuishulp, zodat je de paar uren per week die draaglijk zijn, naar buiten kan, op zoek naar sociaal contact. (Niet iedereen kan die therapeut of hulp betalen, of geraakt op eigen houtje het huis nog uit.)

Gelukkig vind je vrienden en kennissen bereid regelmatig met je af te spreken, mee te gaan in dat plan, maar ook dat lukt niet altijd. Want ze staan in het volle leven, en hebben ook hun grenzen.

Een gesprek aanknopen in een koffiehuis is niet zo simpel, je wordt toch raar bekeken. Met oude mensen wil het nog wel eens lukken. Omdat ze er ook zitten eenzaam te zijn.
Dat scheelt dan een stukje voor ons beiden die dag.

En je zakt dieper, uren dagen alleen (ziek) thuis stapelen zich op. Alles verloren.
Je schrikt van je eigen stem als je de telefoon opneemt, omdat je drie dagen niet sprak. En ook van dat feit schrik je weer.
En dan breek je. Je roept en roept dat het echt niet meer gaat.
Je laat je trots varen, je bent een hoop ellende.

Ik heb het geluk dat ik vrienden heb gehad, die zagen, hoorden, dat het hoogtijd was, en er stonden voor me.
Die de eenzaamheid samen met mij willen aangaan. En er structureel iets willen aan doen. Die willen helpen me niet meer al te vaak door de mazen te laten vallen, door mee voor mij een netwerk te helpen uitbouwen. Omdat ze erkennen dat wat gebeurt des mensen is. Oude kennissen die de schreeuw hebben gehoord, nieuwe mensen.

En niet omdat je ochot ocharme een geval bent, of uit medelijden. Of pottenkijkers. Want die zijn er ook, maar daar schiet je niet echt iets mee op.
Nee, omdat ze zich willen verbinden, je ondanks alles nog steeds als een volwaardig mens respecteren. Je daar aan herinneren.
En dat weer voelen, dat is wat een stuk heelt.

Het is niet meer zoals vroeger, toen zoiets vanzelf ontstond, je moet er hard voor werken nu. Maar het helpt.
Het geeft je weer meer veerkracht, moed en uithoudingsvermogen.
Je wordt weer mens.

Het zou voor iedereen zo moeten zijn, het zou nooit zover mogen komen.
De bedrijven, banken en politici maken de structuur die eenzaamheid creëert.
Een structuur waar de meesten van ons in mee moeten.
Vervolgens creëren ze een minister van eenzaamheid, die het eerder gecreëerde probleem, moet weg creëren, zonder de oorzaak weg te nemen.
Dat is een immens trieste zaak, goed betaald werk voor een nieuwe minister.

Maar wij, wij zijn de samenleving.
Wij.
Wij kunnen iets doen om de eenzaamheid te verhelpen.
Wij kunnen tijd en aandacht geven aan wie er niet genoeg krijgt. Mee zorgen dat er een touw gegooid wordt als iemand er uit valt.
Wij zelf zijn de sociale cohesie al dan niet. Wij kunnen ons empathisch of apathisch opstellen.

Zoals een vriendin hier onlangs ongeveer schreef: het klimaat kunnen we niet meteen veranderen, meteen iets voor je naaste doen wel.
Dat is een verantwoordelijkheid die we kunnen delen. Ook in een onmogelijk systeem. Zelfs als je zelf eenzaam bent.

Een minister brengt op zijn minst het probleem onder de aandacht.
Daar zullen we ons mee troosten.
Hopelijk zullen de weg gesaneerde buurthuizen, bibliotheken en andere ontmoetingsplekken terug gesaneerd kunnen worden.
Zullen er projecten komen die mensen weer samen brengen, in plaats van verdelen.

En echt samen, gewoon, met volle aandacht. Niet trendy ‘samen’.
Zodat we er weer bij horen, weer er bij.
Een kind op de speelplaats staat ook niet graag alleen.
Niemand staat graag alleen.

Ik wens alle eenzame mensen warmte toe, een luisterend oor, een intense knuffel, een kus, een woord, een gesprek, lachen, een aanraking. Veel en veel minder alleen zijn. Compagnons, een lief. Er weer bij horen.
Ik dank mijn vrienden en kennissen oprecht.

Ik schrijf dit niet als oproep, wel als getuigenis, omdat eenzaamheid bespreekbaar moet worden.
En zo mogelijk worden verijdeld. Zodat er geen ministers moeten voor komen.
Omdat het iedereen kan overkomen, ook al denk je ‘mij nooit’.
Omdat het iedereen in meer of mindere mate wel eens overkomt, ook al lijkt alles perfect, en men erover zwijgt.

Zo lang ik een stem heb, kan ik ze gebruiken.
Niet meer op de scène, dan maar op het net. In het echt.

Foto door freestocks.org op Unsplash

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Deel:

6 Reacties

  1. 22 januari 2018 / 14:57

    Wow, wat een post. Heel indrukwekkend, en helaas heel erg de werkelijkheid. Er is heel veel kracht voor nodig om niet eenzaam te worden als je niet mee kunt in de samenleving. En denk ik ook dat er een deel mazzel bij komt kijken. Bijvoorbeeld als je het geluk hebt om een partner te hebben.

    Een minister voor Eenzaamheid vind ik een treurig begrip. Het klinkt meer als iets uit een kritisch boek van Jan Terlouw. Ik hoop dat we meer wat meer aandacht voor elkaar krijgen. Misschien moeten we daarvoor een stukje welvaart inleveren, en een aantal uren social media – maar dat lijkt me geen slechte prijs.
    Josephine schreef onlangs over… Wat is echt gebeurd in de serie VICTORIA?My Profile

    • Sofie
      Auteur
      22 januari 2018 / 16:22

      Dat denk ik ook, dat er een deel geluk bij komt kijken. Hallucinant eigenlijk ja, zo’n ministerpost…

  2. 25 januari 2018 / 09:42

    Wat een indrukwekkend sterk schrijven…dank voor het delen!

  3. TGC1966
    26 januari 2018 / 20:43

    Net zoveel herkenning in dit stuk tekst als de documentaire “Unrest” van Jennifer Brea…Alle aspecten van chronisch ziek zijn komen daar in voor, ook de eenzaamheid en je buiten de doorgaande levens om je heen voelt staan…Ik ben op het punt beland dat ik niet meer weet hoe verder te gaan en sleep me letterlijk door de dagen/nachten heen. Ik verzwijg inmiddels de werkelijkheid van mijn ziek zijn, behalve dat het niet meevalt om het te verbloemen voor mijn gezin. Ik ben vanaf 2005 al een mysterie qua gezondheid – zou niet meer weten hoe ik het daarvoor allemaal deed. Ik ben een schim van mezelf zoals ik was. Zelfs in de spiegel zie ik een vrouw die ik nauwelijks nog herken…

    • Sofie
      Auteur
      29 januari 2018 / 09:55

      Voor velen herkenbaar vrees ik. Het is hard! Ik wens je heel veel sterkte…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.