Opvoeden zonder straffen en belonen: zo doen wij het

natuurlijk opvoeden

Natuurlijk, responsief, verbindend opvoeden. Attachment of aware parenting. Mild ouderschap. Bewust ouderschap. Er zijn heel wat benamingen voor een bepaalde opvoedingsstijl die als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat je oog hebt voor de gevoelens en behoeften van je kind. Wat natuurlijk ouderschap niet is: opvoeden vanuit een autoritaire visie waarbij kinderen eenvoudigweg te luisteren hebben omdat jij nu eenmaal zegt wat ze moeten doen. Het is niet de visie waarbij een kind gekneed, gestuurd en gemanipuleerd moet worden in een bepaalde richting die past bij jou/anderen/de maatschappij. Wij staan achter het idee van opvoeden zonder straffen en belonen. Hoe we dat in de praktijk aanpakken, laat ik hieronder graag zien.

Niet perfect

Eerst en vooral: het is niet omdat wij bewust proberen om te gaan met bepaalde thema’s in het hele proces van een kind grootbrengen, dat wij het perfect doen. Het is ook niet dat onze manier beter is dan een andere. Het is wel zo dat we goed proberen aanvoelen wat er past bij ons eigen gevoel, en bij ons kind.

Motivatie

Een van de dingen uit mijn studie psychologie die me altijd zal bijblijven, is het belang van intrinsieke motivatie. Dat wil zeggen dat je iets doet omdat je het zelf wilt of leuk vindt, en niet alleen maar omdat er een externe beloning aan gekoppeld is, of omdat je een straf probeert te ontlopen (extrinsieke motivatie).

Maar, wat passen we en masse toe bij het opvoeden van onze kinderen? Juist ja, die extrinsieke motivatie. Als je braaf bent, krijg je een koekje. Pas op als je niet meewerkt, of ik pak je favoriete speelgoed af. Door te straffen (en bij uitbreiding ook te belonen), ga je een kind vooral leren om toe te werken naar een bepaald resultaat omdat hij dan een straf vermijdt of een beloning krijgt. 

Over opvoeden zonder straffen 

Waarom wij geen strafstoeltje gebruiken 

Wij hebben onze driejarige nog nooit in de hoek gezet, op de gang afgezonderd of alleen naar haar kamer gestuurd om af te koelen. Het strafstoeltje is een begrip dat ze van thuis uit niet kent. Want wat leren kinderen ervan? Hoe ze hun strafstoeltje kunnen vermijden. Ze gaan niet in de hoek staan nadenken over hun gedrag, maar leren eerder hoe ze de volgende keer kunnen vermijden om daar te belanden. Door niet betrapt te worden, bijvoorbeeld. 

Hoe leer je je kind dan dat bepaalde dingen niet kunnen, als je ze niet straft? Dat is een vraag die velen zich stellen. Ik denk dat het allerbelangrijkste en het meest krachtige is, om zelf het goede voorbeeld te geven. Voorleven is, in mijn ervaring, de meest krachtige manier om je kindje te leren hoe onze wereld werkt. En verder: herhalen, herhalen, herhalen. 

Natuurlijke consequenties 

Doet mijn kind iets dat echt mijn grenzen overschrijd? Dan is er ook nog zoiets als natuurlijke consequenties. Gooit ze haar eten herhaaldelijk op de grond nadat ik haar vraag dat niet te doen? Dan is het natuurlijke gevolg van haar gedrag dat het eten weg wordt genomen. Als ze het op de grond gooit, heeft ze blijkbaar geen honger meer. Om het verschil aan te tonen: een onnatuurlijke consequentie zou hier zijn dat eten op de grond gooien resulteert in geen televisie mogen kijken vanavond.

Geen fietshelm willen opzetten? Ok, het natuurlijke gevolg is dan dat we geen leuk fietsuitje kunnen doen. En als we echt ergens naartoe moeten en er is geen andere optie, dan zal die helm toch op moeten. Veiligheid is een harde grens waar niet in toegegeven wordt. 

Pick your battles 

Ik ben ook fan van het principe “pick your battles”. Ik heb geen zin om de hele dag tegen mijn kruipende baby te zeggen dat ze van de plant moet afblijven. Dus haal ik de plant tijdelijk weg uit de speelruimte. Uiteraard zijn er wel grenzen nodig. En voor mij hebben die grenzen vooral te maken met veiligheid en respect. Als iets gevaarlijk is, dan laat ik heel duidelijk weten dat het niet kan, en waarom. Als mijn dochter spullen kapot maakt of iemand pijn doet, dan is dat voor mij ook een harde grens. Op dat moment hou ik haar tegen, en merkt ze direct aan mijn hele houding en intonatie dat het menens is. Zonder dat ik haar in time-out zet. Zonder dat ik heel boos word. Gewoon, kordaat en duidelijk. 

Natuurlijk is het zo dat daar van haar kant protest op volgt. Dat mag. Het is frustrerend, dat dingen niet mogen of dat iemand je tegenhoudt. Dat gevoel erken ik naar haar toe, zonder mijn grens aan te passen. “Ja, je mag boos zijn, dat is oké. Het is niet leuk hé, dat je niet op de muur mag tekenen.” Als haar emotie zakt, kan ik haar een alternatief aanbieden, zoals een blad papier waar ze wél op mag kleuren.

Over belonen 

Wat ik zelf moeilijker vind, is de andere kant van het spectrum. Hebben wij ons meisje nog nooit beloond? Natuurlijk wel. Maar we proberen dat heel erg te beperken. Alleen als ze ziek is, en medicatie moet nemen, koop ik haar bewust om met iets lekkers voor erna, al voelt dat voor mij niet helemaal oké. Ik beloon haar in dat geval dus wel met een handje chips of chocola als ze haar siroop heeft ingenomen. Dat is de enige uitzondering die ik maak op vlak van materieel belonen, omdat het doel in dit geval de middelen heiligt. Maar een stickersysteem om op het potje te leren gaan, of de belofte van een koekje als ze flink haar bord leeg eet, dat zijn strategieën die niet bij ons passen. 

Geen stoute kinderen 

Belonen doe je niet alleen met cadeautjes, stickers of schermtijd, maar – misschien onbewust – ook in woorden. Sinds onze dochter naar school gaat, is het concept “flink en niet flink” hier heel erg binnengeslopen. Ik ben nogal allergisch aan het woordje “flink!”, en wij gebruiken dat hier thuis ook niet, bewust. Voor mij zijn kinderen niet “flink of niet flink”, niet “stout of braaf”.

Mijn dochter is nooit stout. Haar gedrag vind ik niet altijd fijn, maar dat staat los van of zij als persoon flink, goed of slecht, stout of braaf is. Het continu rondstrooien van bevestigingen zoals “flink”, is een vorm van belonen om bepaald gedrag goed te keuren en ander gedrag af te keuren. En ook emoties worden op die manier vaak in een bepaalde richting geduwd. Als kindjes niet huilen bij de dokter, worden ze als “flink” bestempeld. Terwijl ik mijn kind niet minder flink vind als ze bang is in een onbekende situatie. Zelfs baby’s worden al onderverdeeld in brave of minder brave baby’s, gewoon op basis van hoe vaak ze huilen en of ze stilletjes in hun box liggen of luidkeels protesteren. Meestal worden stille of meegaande kinderen bestempeld als “braaf” en “flink”. Ik wil mijn dochter niet de boodschap geven dat ik haar pas flink vind en tevreden ben, als zij zich koest houdt, zich aanpast of haar emoties inslikt.

In de praktijk zorgt dat er soms voor dat bij een doktersonderzoek, de dokter haar aanspreekt met “amai flink, wat een grote meid, zo braaf, ga maar flink liggen, het is niet erg, het is al voorbij!”, en dat ik haar tegelijk juist erken met “dat is niet leuk hé, zo in je keel kijken, ja, ik begrijp het schat, je mag bang zijn, ik ben bij jou, laat je traantjes er maar uit, dat vond je even moeilijk hé?”.

Proces boven prestatie

Ondanks mijn intenties, moet ik de laatste tijd vaak vaststellen dat mijn meisje heel streng voor zichzelf kan zijn. Ik hoor haar dan bij het koprollen zeggen “Nee, dat was niet knap!”, of als haar liedje niet juist gezongen is zegt ze “Dat was verkeerd! Dat heb ik niet goed gedaan”. Dan breekt mijn hart wel een beetje, want dat is net wat ik probeer te vermijden. Maar het is wel een mooi voorbeeld van hoe ook beloningen en de focus op prestaties, onrechtstreeks voor onzekerheid kunnen zorgen. Als we telkens alleen bij een correct uitgevoerde oefening enthousiast zijn en ons kind gaan prijzen, dan keuren we impliciet de minder perfecte momenten af. 

Ik wil graag meer aandacht hebben voor het proces zelf, dan voor het resultaat. Het is belangrijker om te proberen, om je best te doen, om ergens plezier in te hebben, dan om een perfect resultaat neer te zetten. In plaats van altijd opnieuw “Wauw, wat een mooie tekening heb jij gemaakt”, probeer ik ook regelmatig de nadruk te leggen op het proces. Ik zeg bijvoorbeeld “Amai, jij hebt veel plezier gemaakt bij het kleuren”, of “Vertel eens wat je getekend hebt!”. Als mijn kind een vaardigheid oefent en het lukt, probeer ik er op te letten om niet altijd te reageren met “goed gedaan!”, maar te zeggen “Het is je gelukt!”, of “Amai, je hebt zoveel geoefend dat je het nu helemaal zelf kan!”. 

Andere plaatsen, andere regels

Natuurlijk kunnen we onze kinderen niet in een glazen stolp steken en hen behoeden voor hoe de dingen ergens anders, soms verschillend benaderd worden. Feit is dat onze hele maatschappij wel vooral gericht is op prestaties en successen. Op onze school bijvoorbeeld, wordt er wel gewerkt met begrippen als flink en stout, en krijgen kinderen time-outs. Er wordt soms gevraagd aan die kleintjes om te stoppen met huilen. Ik vraag me af en toe af of een andere onderwijsvorm beter bij ons zou passen. Maar dat is voor ons praktisch niet haalbaar. En anderzijds, mag mijn kind gerust ook ondervinden dat het niet overal werkt zoals thuis. Dat er op andere plekken, en bij andere personen, ook andere regels kunnen gelden. Zolang ze haar veilige thuishaven heeft, waar ze helemaal en onvoorwaardelijk zichzelf kan zijn, komt dat vast helemaal goed.

Hoe kijk jij aan tegen het onderwerp straffen en belonen?

Benieuwd naar welke waarden we nog mee willen geven in onze responsieve opvoeding? Je leest het hier.

Pin opvoeden zonder straffen en belonen voor later:

opvoeden zonder straffen en belonen
Deel:

5 Reacties

  1. 18 augustus 2021 / 11:32

    Zoals je weet, proberen wij hier hetzelfde principe toe te passen. Dat uit zich vooral in taal ook. Ik zeg zelden dat ze flink is. Ik gebruik wel de woorden ‘stoer’ of ‘dapper’ als ze iets doet waar ze bang voor was. En als ze haar bord leeg eet dan doen we ook wel eens een high five en zeg ik ‘het is weer gelukt’.

    Wat ik wel soms merk van mezelf is dat ik het woord ‘lief’ vaak gebruik. ‘Wees eens lief’ of ‘dat is lief van jou’. En dat is niet altijd in de context van echt iets lief doen, maar ook wel eens in de plaats van ‘flink’.

    We zijn allemaal producten van onze opvoeding en dat sluipt ook in je eigen opvoeding. Dat we er bewust mee bezig zijn, is al ontzettend belangrijk volgens mij.

  2. E.
    18 augustus 2021 / 12:29

    Dit klinkt allemaal leuk en aardig bij een rustig kind. Heb je een drukke jongen die om zich heen schopt en slaat als hij boos is, dan zul je die toch echt zo nu en dan een time out moeten geven. Niet omdat hij de emotie niet mag voelen, maar wel omdat slaan, schoppen, gooien met spullen gewoon niet mag. Bovendien vindt niet elk kind het fijn om vastgehouden te worden als het boos is. Het principe is heel mooi en mag zeker worden aangemoedigd, maar helaas ontkom je soms niet aan de algemene methodes als straffen of time-out. Zeker als ze ouder worden. Uiteraard kun je wel als eerste oorzaak-gevolg toepassen en minder focussen op goed of slecht gedrag, maar soms is het slechte gedrag er wel en zal je daar iets mee moeten. Zal misschien eerder bij jongens gebeuren, omdat die fysieker en directer zijn dan meisjes, maar er zijn heus ook pittige dametjes. Het lijkt me goed om dit te benoemen, want ouders die hiermee wel te maken hebben kunnen anders het gevoel krijgen dat ze het verkeerd doen.

    • Sofie
      Auteur
      28 augustus 2021 / 19:12

      Oh, ik wil hier zeker niet mee zeggen dat iemand iets verkeerd doet. Iedereen doet wat hij of zij denkt dat goed is, en als je je goed voelt bij een bepaalde methode, dan is dat volgens mij prima. Ik geef met deze post aan dat de meer traditionele methodes voor mij/ons niet goed voelden en wij zijn dus net als elke ouder zoekende naar een manier van opvoeden die bij ons/ ons kind past.
      Er is inderdaad gedrag dat zeker niet kan, daarom is een responsieve opvoeding ook zeker geen “vrije” opvoeding zonder grenzen. Die grenzen zijn juist heel belangrijk! Het verschil zit er denk ik in dat we ook op onze grens gaan staan, maar tegelijk begrip en acceptatie tonen voor de boosheid of het verdriet die daarop volgen. Maar uiteraard laten wij ons kind ook niet slaan, schoppen of gooien.

      Ella vindt het ook niet fijn om te worden vastgehouden als ze boos is. We laten haar dan weten dat we in de buurt zijn, blijven nabij zodat ze wel weet dat we er samen door gaan.

      Maar dus, wat ik eigenlijk wil zeggen of nuanceren: iedereen doet zijn best uit alle liefde voor zijn kind!

      • E.
        28 augustus 2021 / 20:53

        O dat klinkt zo veel bekender nu. Inderdaad is luisteren naar je kind altijd belangrijk, in welke situatie ook. Fijn dat je het nog even toelicht. Het klonk eerst zo perfect en nu klinkt het weer herkenbaar. Lief dat je dit deelt met je lezers. Je hebt helemaal gelijk, iedere ouder doet zijn best voor zijn kind en liefde geven is het allerbelangrijkst.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.


Zoek je iets?